JAN BRANJE PSYCHOLOOG

PRAKTIJK VOOR PSYCHOLOGISCHE HULPVERLENING

Psychologische termen

 

Bron: Praktijk voor Zijnsoriëntatie te Amsterdam

Aanpassingsstoornis

Een algemene aanduiding voor psychologische aandoeningen die zijn ontstaan als reactie op stressveroorzakende gebeurtenissen. Hierbij kan sprake zijn van angst, depressieve gevoelens of afwijkingen in het gedrag (bijvoorbeeld agressie). Deze problemen zijn duidelijk ernstiger dan verwacht zou kunnen worden naar aanleiding van de gebeurtenis, maar voldoen niet aan criteria van andere psychische stoornissen die zijn ontstaan door stress, zoals een posttraumatische stressstoornis.

Acute stressstoornis

Een angststoornis die is ontstaan na een zeer ingrijpende gebeurtenis als een oorlog of een natuurramp. Het trauma wordt steeds opnieuw beleefd en de persoon is gespannen en onrustig. Als de symptomen langer dan een maand aanhouden, wordt gesproken van een posttraumatische stressstoornis.

ADHD (Attention-Deficit / Hyperactivity Disorder)

Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit. De meest voorkomende psychiatrische stoornis op kinderleeftijd, waar ongeveer 2 tot 5% van de kinderen aan lijdt. De stoornis heeft drie hoofdkenmerken: het kind kan zijn aandacht nergens goed bijhouden, is impulsief en handelt zonder te denken, en is overbeweeglijk. Dit leidt er bijvoorbeeld toe dat het kind op school opstaat van zijn plaats als dat niet de bedoeling is, niet planmatig werkt, veel onnodige fouten maakt en antwoorden geeft voordat de vraag helemaal gesteld is. Deze symptomen kunnen zowel op school als in het gezin veel overlast veroorzaken. De behandeling van kinderpsychiaters kan bestaan uit een combinatie van medicijnen en een vorm van psychotherapie waarmee het kind een duidelijke structuur wordt geboden. Bij een meerderheid van de kinderen worden de symptomen beduidend minder tijdens de adolescentie en volwassenheid, maar ongeveer de helft behoudt restverschijnselen tijdens de adolescentie en volwassenheid en bij een minderheid blijft het volledige syndroom aanwezig. Deze aandoening wordt vaak afgekort tot ADHD en werd vroeger aangeduid als minimal brain dysfunction of minimal brain damage.

Afasie

Een verworven taalstoornis die veroorzaakt wordt door een hersenbeschadiging. Meestal is de linkerhersenhelft getroffen, waar (bij de meeste mensen) het taalcentrum is gelegen. Van afasie is geen sprake als de taalstoornis een afgeleide is van andere stoornissen, zoals slechthorendheid, een slechte beheersing van de spraakmotoriek of een verwarde gedachtegang. In verreweg de meeste gevallen ontstaat afasie door een stoornis in de bloedsomloop in de hersenen, maar ook tumoren, vergiftigingen en operaties kunnen afasie veroorzaken. Door de afasie kunnen het spreken, het taalbegrip, het lezen en het schrijven in meer of mindere mate worden aangetast. Zo kan iemand veel moeite hebben met spreken, terwijl hij wel alles lijkt te begrijpen wat tegen hem gezegd wordt. Zorgvuldig onderzoek wijst echter uit dat in dergelijke gevallen ook het taalbegrip niet meer optimaal is.

Affect

Een bepaalde emotie of een bepaald gevoel met betrekking tot een specifieke situatie of gebeurtenis. Vaak wordt het woord affect gebruikt voor heftige gemoedsaandoeningen.

Agnosie

Letterlijk: geen inzicht. Het als gevolg van hersenbeschadiging zintuiglijke informatie nog wel kunnen opnemen, maar niet meer kunnen herkennen. Dit kan beperkt zijn tot bijvoorbeeld het gezichtsvermogen (visuele agnosie) of het gehoor (auditieve agnosie). De Amerikaanse neuroloog Oliver Sacks beschrijft bijvoorbeeld dat een man zijn vrouw ziet en vervolgens probeert haar op zijn hoofd te zetten, omdat hij denkt dat zij een hoed is.

Agorafobie

Letterlijk: pleinvrees. Het huis niet goed meer uit durven vanwege irreële angst. De angst heeft niet alleen betrekking op grote lege ruimten, maar vooral op de mensen die zich daar ophouden. De persoon wordt vooral beangstigd door de gedachte dat er geen eenvoudige ontsnappingsmogelijkheden bestaan om het eigen huis snel te bereiken. In ernstige gevallen kan agorafobie iemand volledig aan zijn huis kluisteren.

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) dekt (zware of langdurige) geneeskundige risico's die niet onder de zorgverzekeringen vallen. Iedereen die in Nederland woont of werkt is verzekerd voor de AWBZ en heeft recht op gelden uit deze regeling voorzover deze binnen de indicatienormen vallen. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) is verantwoordelijk voor de indicatie en neemt het zogenaamde 'indicatiebesluit'. Met andere woorden: het CIZ beslist of een aanvraag binnen de regels valt en of er AWBZ-gelden worden uitgekeerd. De AWBZ-bijdragen voor psychotherapie zijn de afgelopen tien jaar door de overheid fors verlaagd. Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

 

Alliantie effect

De tendens bij een onderzoeker om bewijsmateriaal te vinden die de theorie van eigen voorkeur ondersteunt (loyaliteit). Een overzichtsonderzoek naar bijvoorbeeld effecten van diverse soorten therapieën door een extern en onafhankelijk onderzoeker kan deze effecten vervolgens niet meer naar waarde en grootte inschatten en dus niet elimineren. Bovendien is een soortgelijk vergelijk tussen scholen die van karakter totaal uiteen lopen per defintie een moeilijke zaak. Bron: drs. S.W. Damman (KU Nijmegen, 1997).

Amnesie

Geheel of gedeeltelijk geheugenverlies. Dit kan zowel betrekking hebben op het korte-termijngeheugen als op het lange-termijngeheugen. Amnesie kan veroorzaakt zijn door lichamelijke letsel (organische amnesie) of door heftige emoties (psychogene amnesie).

Anorexia nervosa

Een eetstoornis die beschreven kan worden als ‘het meedogenloos streven naar magerte’. De ziekte treft vooral meisjes in de pubertijd en adolescentie, maar kan ook bij volwassen vrouwen en bij jongens en mannen voorkomen. Het lichaamsgewicht wordt door voedselweigering, laxering en sporten doelbewust naar beneden gebracht, vanwege een extreme angst om dik te worden, en ligt tenminste een kwart onder normaal. Toch kan het idee blijven leven dat het eigen lichaam afzichtelijk dik of vormeloos is. De voedsel weigering leidt tot ondervoeding, die ernstige lichamelijke ontregelingen tot gevolg kan hebben. De lichaamstemperatuur is verlaagd, evenals de hormoonspiegels in het bloed. Vaak treedt ook de menstruatie niet meer op (amenorroe). De ondervoeding kan zelfs leiden tot de dood.

Apraxie

Het onvermogen om complexe handelingen uit te voeren. De oorzaak van het probleem is het onvermogen om verschillende spierbewegingen in de juiste volgorde te laten verlopen.

Autisme

Het sterk op zichzelf gericht zijn. Vaak wordt deze gebruikt als afkorting voor een autistische stoornis (infantiel autisme). Dit is een stoornis die al voor het derde levensjaar aan het licht treedt en die gekenmerkt wordt door een ziekelijke neiging om zich (bijna) volledig af te sluiten voor sociale interactie. De infantiele autist heeft tekortkomingen in verbale en nonverbale communicatie en heeft een opvallend beperkt repertoire aan bezigheden en interesses. Hij creëert een eigen fantasiewereld en is angstig in zijn contacten met de buitenwereld. Dit stelt hem een enkele keer in staat een bepaald specialisme te ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld kalenderrekenen (idiot savant).

  B

 

Behaviorisme

Engels: behavio(u)r = gedrag. Historisch gezien zeer invloedrijke richting in de psychologie, die primair het uiterlijk waarneembare gedrag bestudeert. De manier waarop dit werd bestudeerd, was door het zoeken naar regelmatigheden in de wijze waarop individuen of diersoorten op een prikkel een reactie geven. Hoewel aan invloed afgenomen is het behaviorisme nog steeds belangrijk in de wetenschappelijke psychologie.

Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG)

Het BIG-register is een Nederlands register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Het BIG-register is een onderdeel van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG). Bron: Ribiz.nl en CIBG.nl.

Bipolaire stoornis

Ook wel manisch-depressieve stoornis genoemd. Een tweezijdige stemmingsstoornis waarbij afwisselend episoden met een overdreven opgewekte, hypomane, en een sterk teneergeslagen, depressieve, stemming voorkomen.

Boulimia nervosa

Ook wel boulimie en vraatzucht genoemd. Een eetstoornis waarbij herhaaldelijk in korte tijd zeer veel voedsel wordt verzwolgen, dat vervolgens weer uitgebraakt wordt of dat met behulp van laxeermiddelen uit het lichaam wordt verwijderd. Dit gedrag levert voor de persoon vaak schuldgevoelens op en treedt meestal op als reactie op onlustgevoelens. De persoon is overdreven bezorgd over het eigen lichaamsgewicht en lijnt vaak tussen de vreetbuien door. Personen met boulimia nervosa hebben vaak in een eerder stadium geleden aan anorexia nervosa.

Burgerservicenummer (BSN)

Het burgerservicenummer (BSN) is een uniek nummer dat in Nederland aan ieder natuurlijk persoon wordt toegekend. Op 27 november 2007 heeft het BSN het SOFI-nummer (Sociaal-Fiscaal nummer) vervangen. Per 1 juni 2009 wordt het gebruik van het BSN verplicht voor alle zorgaanbieders, indicatieorganen en zorverzekeraars. Het BSN maakt op den duur een einde aan de verschillende persoonsnummers die zorgverzekeraars, zorgverleners en indicatieorganen momenteel nog gebruiken. Het voorkomt fraude, persoonsverwisseling, fouten bij de uitwisseling van patiëntengegevens en maakt declareren eenvoudiger. Het BSN vloeit voort uit de Wet gebuik burgerservicenummer (Wbsn-z). Bron: Burgerservicenummer.nl, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), InfoBSNzorg.nl. 

  C

 

Chronische vermoeidheid

Stoornis in de energie, die zelfs na een goede nachtrust blijft bestaan en waarvan geen duidelijke lichamelijke oorzaak gevonden kan worden. De moeheid is vaak chronisch en kan jarenlang aanwezig zijn. Zij ontstaat meestal na een ziekteperiode of na een emotioneel aangrijpende gebeurtenis. Het is echter ook mogelijk dat de vermoeidheid een gevolg is is van een blijvende virusinfectie, die het noodzakelijk maakt dat het afweersysteem steeds actief is. Er wordt dan gesproken van een postviraal vermoeidheidssyndroom (myalgische encephalomyelitis). De moeheid kan ook een bijwerking zijn van gebruikte medicijnen, zoals benzodiazepinen.

Cliënt gerichte therapie

Ook wel non-directieve therapie of Rogeriaanse therapie genoemd. Een vorm van psychotherapie, die door de Amerikaanse theoloog en psycholoog Carl Rogers is ontwikkeld. Uitgangspunt is dat de cliënt in staat gesteld moet worden om zelf zijn problemen op te lossen. De therapeut geeft hierbij de noodzakelijke ondersteuning maar legt hierbij het initiatief bij de cliënt. De therapeut interpreteert en adviseert niet, maar helpt de cliënt bij het duidelijk op een rijtje krijgen van de problemen en mogelijke oplossingen.

Cognitie

Een zeer breed begrip dat nauwelijks is af te bakenen en dat gebruikt wordt voor het vermogen om dingen te leren kennen. Waarnemen, taal, redeneren, geheugen en denken vallen onder de cognitieve functie. Naast de cognitieve functies worden de conatieve functies (willen en handelen) en affectieve functies (gevoelens) onderscheiden.

Cognitieve therapie

Een vorm van psychotherapie die zich erop richt automatische negatieve gedachten te doorbreken. Deze aanpak werd bijvoorbeeld voorgestaan door de psychiater Aaron Beck, die dacht dat bij vrijwel iedere geestelijke stoornis automatische gedachten een rol spelen. Een depressief persoon kan bijvoorbeeld zichzelf constant voorhouden dat hij waardeloos is. Het doorbreken van deze gedachtegang kan depressies verlichten.

Conversie

Een lichamelijk symptoom die het gevolg kan zijn van een psychisch problemen en waarvoor geen lichamelijke oorzaak gevonden kan worden.

Coping

De manier waarop iemand omgaat met problemen en gebeurtenissen, alsmede omgaat met hevige gedachten of gevoelens. Zo kan iemand een actieve of passieve copingstijl hebben. Mensen met een actieve copingstijl hebben over het algemeen minder last van stress en beschikken over een betere geestelijke gezondheid.

Counseling

Letterlijk: raadgeven. Het adviseren bij bijvoorbeeld school- en beroepskeuze, huwelijksmoeilijkheden of loopbaanplanning. Wanneer problemen zwaarder zijn wordt eerder van psychotherapie gesproken.

CVZ / College voor Zorgverzekeringen

Het College voor Zorgverzekeringen waakt en toets of zorgverzekerden in Nederland de zorg kunnen krijgen die voor hen noodzakelijk is en of deze zorg voldoende wetenschappelijk gefundeerd is. Deze overheidsorganisatie doet dit via, en uit monde van, de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Bron: CVZ.nl.

 

Cyclothymie

Een stemmingsstoornis met regelmatige stemmingsschommelingen die vrij licht zijn en die niet veroorzaakt worden door levensomstandigheden. Bij ernstiger schommelingen in de stemming wordt eerder gesproken van een bipolaire stoornis.

  D

 

Dementie

Een verzamelnaam voor een aantal stoornissen die met name op hogere leeftijd voorkomen en die met elkaar gemeen hebben dat de hogere verstandelijke vermogens achteruitgaan. Het geheugen, denken, oriëntatievermogen, begrip, leer- en oordeelvermogen en taalgebruik worden alle minder, terwijl het bewustzijn helder blijft. Deze verschijnselen gaan gewoonlijk gepaard met een verminderde emotionele controle en slechter sociaal functioneren. De dagelijkse zelfredzaamheid wordt door dementie duidelijk beperkt. Enkele oorzaken zijn de ziekte van Alzheimer, herseninfarcten, andere ziekteprocessen en het excessief gebruik van alcohol. Dementie is meestal progressief (wordt steeds erger) en er bestaan voor de meeste vormen geen behandelingsmogelijkheden. Er kan echter ook sprake zijn van een reversibel of omkeerbaar proces.

Depersonalisatie

Het vervreemd zijn van eigen lichaam en geest. De persoon beleeft zichzelf niet als vertrouwd, maar als vreemd, eigenaardig en soms zelfs absurd. Dit gevoel kan bij psychiatrische stoornissen in meer of mindere mate aanwezig zijn en is vaak zeer beangstigend.

Depressie

Een psychische aandoening die tot uiting kan komen in één of meerdere van de volgende symptomen: neerslachtigheid of sombere stemming, niet kunnen genieten van alledaagse gebeurtenissen, gebrek aan zelfwaardering, schuldgevoelens, piekeren, terugkerende gedachten aan de dood of suïcidaal zijn (de aandrang zichzelf van het leven te benemen), pessimisme, duidelijke gewichtsvermindering- of toename, verminderde- of toegenomen eetlust, slaapproblemen, vermoeidheid of verlies van energie, concentratie- of geheugen problemen en besluiteloosheid.

Desensitisatie

Het minder gevoelig worden voor bepaalde prikkels die angst of onrust oproepen. Deze techniek wordt onder meer toegepast in de gedragstherapie als het gaat om het aanpakken van angsten of fobieën. Door middel van het bespreken van situaties in de therapie (in vitro) die moeilijk zijn voor de patiënt en het vervolgens aanleren van adequatere manieren om hiermee om te gaan (coping) zoals; ontspanning en het aanleren van reëlere en positievere gedachten, wordt de daadwerkelijke situatie voorbereid. Door middel van het stap voor stap confronteren (successieve approximatie; langzame toenadering) met de angst in de echte situatie (in vivo), bijvoorbeeld een druk marktplein, kan er verdere desensitisatie optreden.

Diagnose

Het vaststellen welk onderliggend patroon, stoornis of ziekte ten grondslag ligt aan de vertoonde symptomen. In psychotherapie wordt gebruik gemaakt van (biografische) vragenlijsten, psychologische tests, observatie en gespreksindrukken met de patiënt en eventueel zijn of haar familie.

Diagnosebehandelingscombinatie (DBC)

De diagnosebehandelingcombinatie (DBC) wordt in de ziekenhuiszorg en de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg gebruikt als basis van het betalingssysteem. Elke DBC heeft een eigen code die zorgverleners gebruiken in de administratie. De zorgverzekeraars betalen uiteindelijk één prijs voor de totale zorg die is verleend aan een patiënt. De DBC-codes kunnen op de website van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) worden ingevuld (vanwege privacybescherming). Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Directieve therapie

Een vorm van psychotherapie waarin de therapeut duidelijk de richting aangeeft van de behandeling en een groot deel de verantwoordelijkheid voor het verloop ervan op zich neemt. Zo is gedragstherapie een directievere vorm van therapie dan bijvoorbeeld psychoanalyse of Rogeriaanse therapie.

Dissociatie

Een stoornis waarbij er voor de duur van een bepaalde periode een onvermogen is om bepaalde persoonlijke gegevens te herinneren. Meestal zijn deze herinneringen van traumatische of stressveroorzakende aard. De dissociatie kan soms zo ernstig zijn dat er sprake is van een meervoudige persoonlijkheid, hoewel dit in psychiatrische kringen een omstreden concept is. De dissociatie kan ook betrekking hebben op lichamelijke functies. Bron: DSM IV/

Dyscalculie

Rekenstoornis. Een leerstoornis die specifiek betrekking heeft op rekenen, terwijl de intelligentie normaal is.Rekenstoornis.

Dyslexie

Leerstoornis die betrekking heeft op lees- en/of spellingsmoeilijkheden. Dyslexie wordt veroorzaakt door een stoornis in de werking van de hersenschors, maar het precieze mechanisme hierachter is nog onbekend.

Dysthymie

Een stemmingsstoornis die gekarakteriseerd wordt door een algemene neerslachtigheid en een gebrek aan interesse in normale activiteiten. Dysthymie onderscheidt zich van een depressieve stoornis doordat de depressie minder diep is en een lange duur van minimaal twee jaar heeft.

  E

 

Eerstelijnspsycholoog

Een eerstelijnspsycholoog is een hulpverlener die u concreet helpt bij psychische problemen. Via gesprekken helpt de eerstelijns psycholoog u om weer op eigen kracht verder te kunnen. 'Eerstelijns' wil zeggen dat u, net als bij de huisarts, zelf kunt bellen voor een afspraak. U vindt een eerstelijnspsycholoog vaak dichtbij huis. De eerstelijnspsycholoog is er voor volwassenen, jongeren en kinderen. U kunt een eerstelijnspsycholoog inschakelen als u ergens mee zit of psychische klachten heeft. Juist als u er vroeg bij bent, kan een eerstelijnspsycholoog u goed helpen. Een eerstelijnspsycholoog kan helpen als bij tal van psychische klachten (generalist). In het eerste gesprek legt u uw situatie en probleem voor. De eerstelijnspsycholoog stelt daarna, eventueel met behulp van testdiagnostiek of nadere gesprekken, de diagnose. Vervolgens werkt u samen aan een oplossing. Hoe komt het dat u er niet op eigen kracht uitkomt? Welke persoonlijke capaciteiten kunnen u helpen? De eerstelijnspsycholoog denkt met u mee en helpt u concreet om tot een oplossing te komen. Vijf tot vijftien gesprekken zijn meestal voldoende om op eigen kracht weer verder te kunnen. Eén gesprek duurt ongeveer 45 minuten. Bron: lve.nl.

Elektronisch Patiënten Dossier (EPD)

Het Elektronisch Patiënten Dossier is een voorgenomen landelijk gegevensbestand (computerbestand) waar alle medische en paramedische informatie zou moeten worden opgeslagen. Zorgverleners kunnen met het EPD onderling makkelijker en sneller medische gegevens uitwisselen waardoor de kans op fouten afneemt. Het is de bedoeling dat het EPD vanaf 1 januari 2009 zijn intrede doet, maar naast praktische bezwaren is er vooral veel weerstand vanuit ethische hoek (vertrouwelijkheid en controle op het systeem). Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Infoepd.nl.

EMDR-traumabehandeling

Eye Movement Desensitization and Reprocessing, afgekort tot EMDR, is een therapie bedoeld voor mensen met posttraumatische klachten (PTSS) en andere traumagerelateerde angstklachten. Voorwaarde is dat deze klachten zijn ontstaan als direct gevolg van een concrete, akelige gebeurtenis en waarbij het denken aan deze gebeurtenis nog steeds een emotionele reactie oproept. Een eerste versie van EMDR werd in 1989 beschreven door de ontwikkelaarster ervan, de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. In de jaren daarna werd deze procedure verder uitgewerkt en ontwikkelde EMDR zich tot een volwaardige therapeutische methode. Bij EMDR wordt de client gevraagd zich te richten op het als meest belastend ervaren moment in de nare ervaring, waarna hem een afleidende stimulus wordt aangeboden, meestal in de vorm van visuele signalen (het met de ogen volgen van de hand van de therapeut), of geluidssignalen ("klik"-geluiden via een koptelefoon). Dit brengt een bepaald proces op gang in de hersenen waardoor de traumatische situatie geherevalueerd wordt, en de emotionele lading afneemt tot een aanvaardbaar niveau. EMDR werkt snel en effectief en is daardoor minder belastend voor de cliënt.


Een PTSS ontstaat als gevolg van het niet (volledig) verwerken van een of meerdere schokkende gebeurtenissen zoals, een ongeval, een overval, aanranding, verlating door of verlies van een geliefd persoon. Daarnaast kan ook traumagerelateerde angst (ontstaan na een trauma) behandeld worden met EMDR. Daarbij is het niet zozeer van belang of het trauma recent is of langer geleden heeft plaats gevonden. Kenmerkend voor een PTSS zijn steeds terugkomende nare herrineringen en beelden, akelige dromen; flashbacks waarin alles opnieuw wordt beleefd; intense angst en spanning in situaties die lijken op die van het traumatisch moment zelf (herbeleving). Dit kan leiden tot het vermijden van spanningoproepende situaties. Ook kan een soort emotionele afstomping of vervlakking optreden, waardoor de persoon verandert in zijn sociale en emptionele gedrag. Men ziet vaak slaapproblemen, prikkelbaarheid en woedeuitbarstingen, concentratieverlies, overmatige waakzaamheid en schrikreacties. Dit alles was voor het trauma niet aanwezig en verstoort het normale persoonlijke, sociale en beroepsmatige leven in sterke mate. Uit diverse wetenschappelijke studies blijkt EMDR een effectieve en snelle behandelmethode te zijn voor een PTSS.

Emotionele intelligentie

De vaardigheid in het omgaan met emoties. Hierbij worden vijf dimensies onderscheiden: intra-persoonlijke dimensie (innerlijk), inter-persoonlijke dimensie (omgang met anderen), aanpassingsvermogen, stressmanagment en algemene stemming. Reuven Bar-On is een onderzoeker die o.a. merkte dat mensen met een hoog IQ soms faalden in hun leven, terwijl anderen met veel lager IQ succesvoller waren. Hij concludeerde dat dit vooral kwam door de manier hoe mensen omgaan met hun intelligentie, hun omgeving en hoe zij daarbij hun emotionele en sociale vaardigheden inzetten. Bar-On onderzocht dit en beschreef Emotionele Intelligentie (EQ) als een aparte vaardigheid. Na 16 jaar onderzoek bracht hij in 1997 een test op de markt die dit beoogde te meten. Hij noemde dit de EQ en verkreeg patent op deze test die officieel BarOn Emotional Quotiënt Inventory (BarOn EQ-i) ging heten. Bron: Psychologenpraktijk Dieren/Zutphen (2004).

Enkelvoudige fobie

Een fobie waarbij alleen angst bestaat voor één bepaald voorwerp of één bepaalde situatie (bijvoorbeeld een slangenfobie).

Epistemologie

De theorie van de methode, of grond van kennis. Bron: drs. S.W. Damman (KU Nijmegen, 1997).

  F

 

Faalangst

De angst om fouten te maken. Bij positieve faalangst wordt er zo met druk omgegaan dat in een testsituatie de persoon zich beter kan concentreren, bij negatieve faalangst beperkt de druk de prestaties van de persoon om dat deze te zeer in beslag wordt genomen door het idee te gaan falen. De grote angst brengt met zich mee dat de hartslag versnelt en de spieren zich spannen. Het lichaam maakt zich klaar om te vechten of te vluchten, terwijl tegelijkertijd het denken en geheugen onderdrukt worden. Dit maakt het goed presteren tijdens bijvoorbeeld een examen onmogelijk.

Fobie

Een schijnbaar ireële, grote angst voor bepaalde situaties, objecten, activiteiten of personen, die iemand in zijn doen of laten ernstig kan beperken.

Forensische psychologie

De toepassing van de psychologie ten behoeve van de rechtspraak.

Frenologie

Ook wel 'schedelleer' genoemd. Achterhaalde stroming in de geheugenpsychologie aan het einde van de 18e eeuw en begin van de 19e eeuw, waarbij wordt uitgegaan van het idee dat gebieden aan de oppervlakte van de cortex rechtstreeks gerelateerd zijn aan bepaalde onderliggende 'hersenorganen'. De Weense arts Franz Joseph Gall ontdekte al dat zenuwvezels onderin de hersenen kruisen, waardoor de ene helft van het lichaam door de tegenoverliggende hersenhelft wordt bestuurd. Later stelde hij een verband voor tussen omvang van de cortex en hogere psychische functies als spraak, geheugen en denkvermogen.  Het schedelopervlak zou een projectie zijn van de menselijke geest en letterlijk in kaart gebracht kunnen worden zoals bij een atlas gebeurt. Gall stelde hierbij 27 faculteiten op (eigenschappen) die aan de buitenkant duidelijk omkaderd te zien zouden zijn. Een leerling van Gall, Spurzheim, breidde deze leer uit met tien nieuwe faculteiten en gaf het de naam 'frenologie' (schedelleer). De frenologie werd zelfs gebruikt bij het maken van keuzes rond huwelijk en beroep en werd zo een eerste persoonlijkheidstest. Onder meer door de techniek van chirurgische extirpatie, bekend door de Franse arts Pierre Flourens, waarbij kleine stukjes hersenweefsel konden worden verwijderd, werd de frenologie uiteindelijk experimenteel verworpen en aldus niet erkend door de wetenschap. Uitzonderingen hierop volgden later, namelijk na ontdekking van de specifieke gebieden in de hersenen die verantwoordelijk bleken te  zijn voor spraak (motorisch spraakcentrum / gebied van Broca) en begrip van taal (sensorisch spraakcentrum / gebied van Wernicke). De frenologie werd opgevolgd door de 'Mental Physiology'. Bron: De Metaforenmachine van D. Draaisma (Historische Uitgeverij).

Fugue (psychogene fugue)

Een toestand waarin iemand alle herinneringen verliest (amnesie) en vlucht uit zijn thuisomgeving. Het kan zelfs gebeuren dat een persoon in een fugue een heel nieuw leven begint, zonder zich nog iets van het vorige te herinneren. De fugue heeft een psychische oorzaak, maar chronisch alcoholmisbruik kan ook een rol spelen. Het is vaak een reactie op zeer hoog opgelopen spanningen, bijvoorbeeld in het gezin of op het werk, of als gevolg van dramatische omstandigheden, zoals een overstroming. Het herstel van de fugue vindt gewoonlijk spontaan plaats. Het woord fugue wordt zowel letterlijk gebruikt (wegvluchten naar een andere plaats of weg willen vluchten van de wereld (bijvoorbeeld bij een suïcidepoging)) als ook figuurlijk gebruikt (wegvluchten in de fantasie, dissociatie). Zie ook 'Dissociatie'.

 

  G

 

Gedragstherapie

Een vorm van psychotherapie die sinds het beging van de jaren zestig bestaat. Het uitgangspunt van de behandeling is dat ongewenst gedrag is aangeleerd en dus ook weer kan worden afgeleerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van eenvoudige leerprincipes, zoals belonen en (in mindere mate) straffen. Het voordeel van de behandelwijze is dat in relatief korte tijd goede resultaten geboekt kunnen worden en dat de werkzaamheid doorgaans goed wetenschappelijk is onderzocht. Wanneer in de gedragstherapie, naast het gedrag, ook denkprocessen onderdeel zijn wordt er gesproken van cognitieve gedragstherapie.

Gezondheidszorgpsycholoog

Zie 'GZ-psycholoog'.

GZ-psycholoog

Zie omschrijving bovenaan deze woordenlijst. 

 

  H

 

Habituatie

1) Met betrekking tot psychoactieve middelen, zoals drugs: het ontstaan van psychische afhankelijkheid. 2) Een vorm van gewenning aan omstandigheden, die haar oorsprong vindt in de hogere delen van het zenuwstelsel. Een constante prikkeling wordt daardoor steeds minder opgemerkt. Het tikken van de klok horen we daardoor niet meer, maar als hij opeens ophoudt met tikken, valt dit wel op. Hoe dit effect ontstaat, is niet bekend, maar vermoed wordt dat het ten dele berust op een mechanisme dat als het ware een negatief van de prikkel maakt. Nadat de klok was stil blijven staan, bestond de gewenning eraan nog, die nu 'anti-tikken' produceerde. Een tweede voorbeeld: een proefpersoon krijgt een bril, waarvan de glazen verticaal in tweeën zijn gedeeld. De linkerhelft van beide glazen in geel en de rechterhelft is blauw. Dit geeft het hinderlijke verschijnsel dat de wereld bij oogbewegingen naar links geel wordt en naar rechts blauw. Na verloop van tijd verdwijnen deze verschillen. Als de proefpersoon echter na een tijdje zijn bril afzet, zal de wereld links er blauw uitzien en rechts geel. Deze kleuren werden kennelijk automatisch 'bijgemengd'.

Hallucinatie

De droomachtige waarneming van dingen die niet uit de werkelijkheid voorkomen, maar uit het eigen ik. Voorbeelden zijn: auditieve hallucinaties (het horen van stemmen, veel voorkomend bij schizofrenie) en visuele hallucinaties (het zien van dingen).

Hyperactiviteit

Een bovenmatig activiteitsniveau. Bij kinderen is vaak zichtbaar dat een dergelijke impulsiviteit gepaard gaat met een onvermogen zich te concentreren. Zie ook: ADHD.

Hyperventilatie

Dit is een manier van ademhalen die lichamelijke klachten veroorzaakt, waardoor men zich angstig gaat voelen en waardoor fobieën zich kunnen ontwikkelen. De klachten kunnen bijvoorbeeld zijn: duizeligheid, tintelingen in armen en/of benen, wazig zien, oorsuizen, zweten, vermoeidheid, gevoel dat men niet genoeg lucht krijgt, alsof er een bal in de keel zit. Meestal ademt men iets te snel doordat men emoties (bijv. boosheid of verdriet) te veel binnenhoudt. Met therapie hiervoor en ademhalings- en ontspanningsoefeningen is hyperventilatie doorgaans goed te verhelpen.

Hypnose

Hypnose is een toestand van diepe ontspanning waardoor men zich sterk kan concentreren en kan ontdekken hoe klachten en problemen zijn ontstaan, hoe en waar ze precies worden ervaren en hoe men ze vervolgens kan verminderen of oplossen. Zie ook 'Hypnotherapie'.

Hypnotherapie

Hypnotherapie is een therapievorm waarbij met behulp van hypnose verandering kan worden verkregen in psychische ervaringen (angsten, stemmingen) en in lichamelijke gevoelens en toestanden (pijn, ziekten e.d.). Hypnose is een toestand van diepe ontspanning waardoor men zich sterk kan concentreren en kan ontdekken hoe klachten en problemen zijn ontstaan, hoe en waar ze precies worden ervaren en hoe men ze vervolgens kan verminderen of oplossen. Hypnotherapie en hypnose worden veel toegepast in de verwerking van trauma’s. De reden hiervoor is dat traumatische herinneringen onder hypnose makkelijker zijn te verdragen en daardoor beter kunnen worden verwerkt. Een hypnotiseur is vaak geen wetenschappelijk opgeleide therapeut. In de psychologie worden vooral de termen hypnotherapie en hypnotherapeut gebruikt. Bron: Praktijk voor Psycho- en hypnotherapie, mw. drs. M.G. Aniba-Kruts, psycholoog NIP en hypnotherapeut NGVH (zie ook www.mariska.aniba.com en de vermelding van de praktijk onder Valkenburg ZH).

Hypochondrie

Het overmatig bezorgd zijn over de lichamelijke gezondheid, of het gepreoccupeerd zijn door het idee een lichamelijke ziekte te hebben. Veel lichamelijke klachten, zoals pijn, worden uitgelegd als bewijs dat er iets ernstigs mis is met het eigen lichaam. Bij ernstige vormen van hypochondrie kan ook medisch onderzoek, dat het tegendeel bewijst, de persoon in kwestie niet geruststellen. Een psychische verklaring wordt lange tijd, of helemaal, van de hand gedaan. Bron: www.psycholoogdirect.nl.

Hypomanie

Een lichte vorm van manie met een duidelijk verhoogde stemming en drift tot handelen. De persoon heeft minder behoefte aan slaap, is spraakzamer en vrijpostiger da normaal, en heeft het gevoel heel veel aan te kunnen. Het concentratievermogen kan verminderd zijn, maar de persoon is niet zo sterk ontregeld dat hij niet meer normaal kan functioneren in zijn werk of in persoonlijke relaties. De euforie maakt soms plaats voor een verhoogde prikkelbaarheid.

Hysterie

In het Grieks letterlijk: baarmoeder. Een term die momenteel vooral wordt gebruikt voor zgn. conversieverschijnselen. Dit zijn lichamelijke symptomen die het gevolg zijn van een psychisch problemen en waarvoor geen lichamelijke oorzaak gevonden kan worden. Het begrip hysterie wordt daarnaast ook gebruikt voor stoornissen waarbij dissociatie een opvallend kenmerk is en voor het kenmerken van iemand die zich ‘aanstellerig’ gedraagt, een grote geldingsdrang heeft en onecht lijkt in het uiten van gevoelens. In de psychologie wordt het begrip nog maar weinig gebruikt.

<><><>

  i

 

i.o.

Afkorting voor 'in opleiding'.

<><><>

  I

 

Identiteit

Het gevoel van persoonlijke eenheid; de overtuiging onveranderd en wezenlijke dezelfde te blijven. Het gelijkblijven moet vooral worden gezien als het geleidelijk evolueren (ontwikkelen) van de identiteit.

Illusie

De waarnemingsvervorming waardoor dingen anders worden waargenomen dan ze zijn. Wanneer we bijvoorbeeld in de trein zitten en een andere trein begint te rijden, lijkt het net of we zelf achteruit gaan. Ook kan de waarneming onder invloed staan van de stemming. Wanneer iemand bijvoorbeeld erg angstig is, lijkt het al gauw alsof dagelijkse geluiden in huis veroorzaakt worden door voetstappen.

Individual Psychologie

De Individualpsychologie gaat er vanuit dat de mens in al zijn uitingen, als een ondeelbaar geheel (Latijns: individuum) moet worden beschouwd. Dat wil zeggen: het gedrag of enige andere levensuiting van de mens, kan pas worden begrepen in het licht van de gehele persoonlijkheid. Alfred Adler (1870-1937) benadrukte daarbij dat de mens doelgericht is: geen mens kan denken, voelen, willen of zelfs dromen, zonder dat hem daarbij een doel voorstaat. In de bewustwording en aanpassing van deze doelen ligt Adlers sleutel tot het oplossen van problemen. Een ander belangrijk onderdeel is het zogenaamde gemeenschapsgevoel (Engels: social interest). De ontwikkeling is het voornaamste doel en geeft richting in een mensenleven. Bij onvoldoende ontwikkeling van het gemeenschapsgevoel kan zich bij mensen het idee vormen dat zij ‘er niet bij horen’ en dat ze vergeleken met anderen, ‘niet goed genoeg zijn’. Daardoor ontstaan minder­waardig­heids­­gevoelens (het begrip: ‘minderwaardig­heids­complex’ is door Adler geïntroduceerd) die de mens aanzetten tot vormen van ‘ik-gericht’ gedrag die hem voor hemzelf en voor de gemeenschap niet optimaal zijn. Adlers holistische visie op de mens blijkt zeer modern van opzet en past verrassend goed in het tijdbeeld van nu. De Individualpsychologie geeft de moderne mens heldere handvatten om inzicht in zijn gedrag te krijgen en aan alternatieven te werken. Bron: Praktijk voor Toegepaste Individual Psychologie te Groningen, www.ptip.nl.

Intelligentie

De vaardigheid goed problemen op te kunnen lossen, goed te kunnen leren of veel te weten. Binnen de psychologie is het nog niet gelukt een sluitende omschrijving te geven van het begrip intelligentie. IQ is de cijfermatige aanduiding voor iemands intellectuele vermogens. Intelligentietesten zijn o.a.; WISC-R (Wechsler Intelligence Scale for Children), WAIS (Wechsler Adult Intelligence Scale) en GIT (Groninger Intelligentie Test): Zie ook: IQ, emotionele intelligentie en EQ.

IQ

IQ is de afkorting van intelligentiequotiënt. Dit is de cijfermatige aanduiding voor iemands intellectuele vermogens. Zie ook: 'Intelligentie'.

IRO

Individuele Reïntegratie Overeenkomst.

  K

 

Karakter

Uit het Grieks: ‘charasoo’ (stempel of inkerving). De kenmerken die bij een bepaalde persoon horen. Het begrip karakter duidt op min of meer onveranderbare, stabiele eigenschappen. De meeste wetenschappers gebruiken echter het woord ‘persoonlijkheid’.

Klinisch psycholoog

'Sinds 1 januari is de titel ‘klinisch psycholoog' wettelijk beschermd. Deze bescherming is het gevolg van de erkenning van de klinische psychologie als specialisme van de gezondheidszorgpsychologie. De erkenning en titelbescherming is geregeld in de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (wet-BIG). Klinisch psychologen BIG dienen ten minste te beschikken over de registraties Gezondheidszorgpsycholoog (BIG). Vooruitlopend op het instellen van het BIG-register van klinisch psychologen is in 2003 al de opleiding tot Klinisch Psycholoog BIG voor gz-psychologen van start gegaan.' Bron: psynip.nl. Lees ook meer op: Nvvp.nl.

 

Klinische psychologie

Tak van de psychologie die zich bezighoudt met afwijkend gedrag dat, hetzij door zijn omgeving, hetzij door hemzelf, als ongewenst wordt beschouwd. De term ‘klinisch’ geeft aan dat klinisch psychologen vaak werkzaam zijn in een (psychiatrische) kliniek, maar ze kunnen tegenwoordig ook zelfstandig gevestigd zijn (bijvoorbeeld als, of in combinatie met een functie als, eerstelijnspsycholoog of psychotherapeut). Zij geven een groot aantal uiteenlopende vormen van psychotherapie en kunnen zich ook bezighouden met onderzoek of preventie.

  L

 

Limbisch systeem

Het deel van de hersenen dat beschouwd wordt als zetel van emoties, motivatie en aspecten van het geheugen. Het limbisch systeem behoort tot de lagere delen van de hersenen en ligt in een ring om de hersenstam heen.

LVE

Landelijke Vereniging van Eerstelijnspsychologen (zie ook www.lve.nl).

  M

 

Manie

Een toestand van overdreven opgewektheid, die kan leiden tot een zorgeloze blijdschap, maar ook tot onbeheersbare rusteloosheid en achterdochtigheid. De persoon heeft een overdreven hoge eigendunk, weinig behoefte aan slaap en een sterke spreekdwang. De opgetogenheid past niet in de omstandigheden en de persoon kan onpraktische plannen maken, roekeloos met geld smijten of zich storten in liefdesavonturen. Het concentratievermogen is vaak gebrekkig en gedachten springen van de hak op de tak. In ernstige gevallen kan de manie gepaard gaan met psychotische symptomen, waarbij de waarneming van de eigen persoon en de omgeving verstoord is (en er sprake kan zijn van wanen of hallucinaties).

Mantelzorg

Een mantelzorger is iemand die zich belangeloos inzet bij de ondersteuning van een hulpbehoeftige medemens zodat deze langer zelfstandig thuis kan blijven wonen. Wie gebruik wil maken van mantelzorg in Nederland kan beroep doen op een Persoonsgebonden Budget (PGB). Onder bepaalde voorwaarden kunnen mantelzorgers een symbolisch bedrag van € 250 per jaar ontvangen van de overheid middels de 'regeling waardering mantelzorgers'. Deze regeling wordt ook wel het 'mantelzorgcompliment' genoemd. Vanaf 1 januari 2007 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van mantelzorgers en de verdeling van financiële middelen. Dit is geregeld in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Schattingen over het aantal mantelzorgers lopen sterk uiteen. In Nederland zijn naar schatting één tot drie miljoen mantelzorgers actief. In België zijn naar schatting één tot twee miljoen mantelzorgers actief. Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Meervoudige persoonlijkheid

Zie 'Dissociatie'.

Mental Physiology

Een stroming in de geheugenpsychologie, volgend op de frenologie, waarbij wordt uitgegaan van de gedachte dat iedere (deel)functie van het geheugen, en daardoor ook verschillende pathologieën (zoals afasie, apraxie en agrafie), elk een eigen neurologische locus (plek) hebben in de hersenen. Deze stroming beleefde zijn bloei in de jaren zestig, onder invloed van de Engelse artsen William Carpenter en Henry Maudsley. De fysioloog Edwald Hering ging er in 1870 al vanuit dat elke organische materie een geheugen heeft en aldus is ingesteld op het conserveren en reproduceren van prikkels. Bijvoorbeeld: een spier die getraind wordt zal qua omvang groeien en daardoor een volgende keer dezelfde beweging makkelijker maken. De hersenen hebben zich gespecialiseerd in het onthouden van mentale functies. Verwerking van prikkels (ervaringen) gebeurt middels elektrische zenuwactiviteit. Zenuwcellen veranderen hierdoor waardoor deze gevoeliger worden voor toekomstige activatie. Heractivatie van een bepaald netwerk van gevoelige zenuwcellen roept zo uiteindelijk de oorspronkelijke ervaring op. We spreken van herkennen als dit gebeurt door een prikkel van buitenaf en van herinneren bij een prikkel vanuit het brein. De fysioloog Wiliam James opperde in dit kader dat herinneren of herkennen het gevolg is van zowel het aantal keren dat een impuls een specifiek neurologisch traject in de hersenen aflegt alsook de intensiteit van de activatie waarbij dit gebeurt. De 'Mental Physiology' is later aangevuld met nieuwe inzichten vanuit de experimentele psychologie en het dankzij gebruik van metaforen vanuit de psychologie en filosofie. Bron: De Metaforenmachine van D. Draaisma (Historische Uitgeverij).

Mindfulness (aandachtgerichte stressreductie)

Vaak functioneren we in ons dagelijkse leven op de automatische piloot. We zijn er niet echt ‘bij’. We zijn ons niet echt bewust van wat we denken, voelen en doen. Op die momenten ontstaan vaak ook onze automatische ’negatieve’ denkpatronen met gedachten die vaak niet helemaal blijken te kloppen. Dit kan lastig zijn want die gedachten zijn vaak van grote invloed op het ontstaan en in stand houden van onze klachten en/of problemen. Wilt je meer grip krijgen op je klachten dan is het belangrijk dat je je bewust wordt van deze automatische gedachten en dat je leert je daar niet meer mee te identificeren. Dat is Mindfulness: het bewust aandacht geven, zonder oordelen, aan je ervaringen zoals gedachten, gevoelens en/of lichamelijke gewaarwordingen. Door aandacht te geven aan het hier en nu, zonder oordelen, vecht je minder tegen je problemen of klachten. Hierdoor kan je met een voller en rijker bewustzijn (mindfulness) op een andere en meer creatieve manier met je klachten en problemen omgaan. Zo worden ze minder indringend en overheersend. Je zal vrijer van je klachten en problemen in het  leven kunnen staan. Mindfulness (ook wel aandachtgerichte stressreductie genoemd) heeft de mogelijkheid deze potentie in jezelf opnieuw tot bloei te laten komen en je leven te verrijken met meer bewustzijn. 

 

Mutisme

Het niet kunnen of willen spreken. Dit kan een organische of psychische oorzaak hebben.

  N

 

Narcisme

Eigenliefde. De term is afgeleid van de Griekse mythologische figuur Narcissus, die in het water zijn eigen spiegelbeeld bewonderde. De term is door Freud vanuit de psychoanalytische theorie beschreven. De term narcistische persoonlijkheidsstoornis wordt momenteel in de DSM-IV omschreven als een diepgaand patroon van grootheidsgevoelens (in fantasie of gedrag), behoefte aan bewondering en gebrek aan empathie, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komende in diverse situaties.

Neurolinguïstisch programmeren (NLP)

Een van oorsprong psychotherapeutische techniek die tot doel heeft de communicatie te verbeteren. De techniek is ontwikkeld door de Amerikanen Richard Bandler en John Grinder. Bij NLP gaat men ervan uit dat een effectieve communicatie pas mogelijk is wanneer de therapeut 'rapport maakt' met zijn cliënt, dat wil zeggen dat hij zich aansluit bij de manier waarop de cliënt tegen de wereld aankijkt. Als de cliënt bijvoorbeeld visuele beelden gebruikt om gebeurtenissen te beschrijven, zal de therapeut dat ook doen. De bedoeling is dat de cliënt op deze manier het idee krijgt dat hij op dezelfde lijn zit als de therapeut. Het vertrouwen in de therapeut zal daardoor toenemen en de cliënt zal zich openstellen voor de veranderingen die de therapeut voorstelt. De cliënt kan daardoor leren de beperkingen te overwinnen die hij zichzelf oplegt. NLP wordt buiten de hulpverleningssituatie ook gebruikt om de communicatie met klanten te verbeteren. In Nederland en België is NLP met name bekend geworden door coaches die de kracht van positief denken benadrukken.

Neuro verwijst naar ons denken en de neurologische processen die daarmee verband houden. Linguïstisch verwijst naar de taal, de woorden waarmee we betekenis geven aan onze ervaringen. Programmeren heeft betrekking op de patronen die in ons waarnemen, denken en handelen te onderscheiden zijn. NLP gaat in op de verbanden tussen deze drie elementen. Het toont aan dat onze ervaringen niet alleen te maken hebben met onszelf, maar ook met de mensen en de wereld om ons heen door de wijze waarop we waarnemen. NLP gaat over ervaringen en onze belevingen van deze eravringen: onze eigen 'subjectieve werkelijkheid'. Richard Bandler en John Grinder, de grondleggers van de NLP, zochten alleen en uitsluitend naar datgene wat echt werkt en onderzochten daarom excellente sporters, communicatoren, artiesten en sprekers op het specifieke recept dat ze hanteerden. Het resultaat: er zit structuur in succes en zoals muziek vertaald wordt in notenschrift, blijken genialiteit en excellentie te vangen te zijn in heldere, overdraagbare patronen. Bron: BTSW GZ-psychologen & Coaches Amersfoort - Amstelveen - Baarle Nassau - Bergen - Dordrecht - Drunen - Goes - Helmond / Eindhoven - Hoofddorp - Lelystad - Middelharnis - Nijverdal - Oud Beijerland - Sint Maartensdijk - Tilburg - Uithoorn - Wijk en Aalburg - Zeist. Website: www.btsw.nl.

 

Neurologie

Tak van wetenschap die de functie, structuur en ziekten van het zenuwstelsel bestudeert. Tevens het medisch specialisme dat zich bezighoudt met de diagnose en behandeling van ziekten van het zenuwstelsel. Aan het begin van deze eeuw werden neurologie en psychiatrie als één vakgebied gezien, omdat men ervan uitging dat alle psychiatrische ziektebeelden op een aantoonbare afwijking in het zenuwstelsel berustten. Daarna is de psychiatrie steeds meer de psychologische kanten van psychiatrische ziektebeelden gaan benadrukken. De laatste jaren is echter weer een tegenbeweging zichtbaar, omdat steeds meer bekend is geworden over de neurologische basis van ernstige psychiatrische stoornissen.

Neuropsychologie

De wetenschap die de samenhang tussen het centraal zenuwstelsel en het menselijk of dierlijk gedrag bestudeert. De hersenen worden daarbij beschouwd als het centrale orgaan dat het gedrag coördineert en reguleert.

Neuropsychologie

De wetenschap die de samenhang tussen het centraal zenuwstelsel en het menselijk of dierlijk gedrag bestudeert. De hersenen worden daarbij beschouwd als het centrale orgaan dat het gedrag coördineert en reguleert.

Neurose

Een algemene aanduiding voor een psychische stoornis waar de persoon onder lijdt, maar waarbij het contact met de werkelijkheid in stand is gebleven en waarbij het gedrag niet ingaat tegen sociale regels. De symptomen komen voort uit emotionele problemen en kunnen leiden tot allerlei vormen van angst en onbehagen.

NIP

Nederlands Instituut van Psychologen, opgericht in 1938 onder de naam ‘Nederlandsch Instituut van Praktizeerende Psychologen’ (NIPP). Het Nederlands Instituut van Psychologen is de landelijke beroepsvereniging van psychologen. Het NIP draagt zorg voor de kwaliteit van de beroepsuitoefening van zijn leden. De leden zijn te herkennen aan het keurmerk PSYCHOLOOG NIP. Bron: www.psynip.nl.

  O

 

Object representatie

De object representatie theorie is een stroming binnen de object relatie theorie, ontstaan vanuit de ontwikkelingspsychologie en psychoanalyse. Object representaties zijn mentale, intrapsychische constructen die een uitdrukking zijn van eigen ervaringen (zelfrepresentaties), en anderzijds ervaringen die zijn opgedaan in relatie met personen in de omgeving. Deze constructen hebben zowel een cognitief als affectief karakter en zijn vastgelegd in een intrapsychische structuur en hebben een construerende en ordende functie voor het individu. Als onbewuste elementen bepalen en beïnvloeden zij op hun beurt de kwaliteit van de intrapsychische belevingswereld en het interrelationele gedrag van het individu: realiteitstoetsing, oriëntatie en objectkeuze (b.v. vriend, partner). De representaties zijn onderhevig aan veranderingen en invloeden vanuit de omgeving en aan nieuwe interrelationele ervaringen in de loop van iemands leven. Bron: drs. S.W. Damman (KU Nijmegen, 1997), S.J. Blatt (Yale University, U.S.).

Objectpermanentie / Objectconstantie

Het besef dat voorwerpen blijven bestaan als zij buiten het waarnemingsveld terecht zijn gekomen. Dit begrip wordt verworven tijdens het tweede levensjaar en is in de theorie van de ontwikkelingspsycholoog Jean Piaget één van de belangrijke mijlpalen in de ontwikkeling van het denken.

Obsessieve-compulsieve stoornis (OCS)

Een angststoornis die gekenmerkt wordt door terugkerende dwanggedachten, dwangbeelden, dwanggevoelens of dwanghandelingen, waarbij de persoon het gevoel heeft dat hij daartoe gedwongen wordt (compulsie) en die zich kunnen richten op één specifiek onderwerp (obsessie). Veel voorkomende voorbeelden: schoonmaken of controleren. Bron: www.psycholoogdirect.nl.

De OCD-vriendenkring is bestemd voor mensen die lijden aan OCD/OCS (Obsessief Compulsieve Disorder/Stoornis); ook wel bekend als dwangneurose of dwangstoornis. OCD is een stoornis waarbij de kwaliteit van het leven in aanzienlijke mate wordt aangetast door angst, dwanggedachten en dwanghandelingen. Mensen die hier aan lijden of er meer over willen weten zijn op de goede plaats voor informatie en contact met lotgenoten op
www.ocdvriendenkring.org.

OCD

Letterlijk 'Obsessive Compulsive Disorder'.

Zie 'Obsessieve-compulsieve stoornis' (OCS).

 

OCS

Zie 'Obessieve-compulsieve Stoornis'.

 

Onbewuste, het

Een belangrijk begrip in de psychologie en de psychoanalyse, dat voor het eerste centraal werd gesteld door Sigmund Freud. Hij zette zich daarmee af tegen de bewustzijnspsychologie uit de 19e eeuw. Freud stelde, dat het bewuste denken en handelen voor een groot deel berust op onbewuste motieven. In zijn  theorie onderscheidde hij binnen de menselijke geest drie gebieden: het bewuste, het voorbewuste (datgene waarvan iemand zich niet bewust is, maar dat gemakkelijk bewust te maken is, zoals een vergeten naam) en het onbewuste. Dit laatste omvat irrationele wensen, gevoelens en ook conflicten waarvan iemand zich niet bewust is en die door afweermechanismen zoals verdringing ook onbewust blijven. De werkzaamheid van onbewuste processen is nooit direct waarneembaar, maar kan volgens psychoanalytici worden afgeleid uit dromen (manifeste en latente droominhoud), versprekingen (lapsus), expressieve uitingen (kunst, literatuur), psychische stoornissen, het vergeten van traumatische gebeurtenissen, enz. In de ontwikkeling van het kind zijn alle processen eerst onbewust; een gedeelte hiervan wordt geleidelijk aan bewust. Onbewuste conflicten liggen volgens deze theorie ten grondslag aan neurosen. Psychische stoornissen kunnen genezen worden door de onbewuste conflicten bewust te maken. Het onbewuste kan dus in principe wel bewust gemaakt worden, bijvoorbeeld door de analyse van dromen.

 

Ontwikkelingspsychologie

Tak van de psychologie die de ontwikkeling bestudeert die ieder mens doormaakt van kind tot volwassene tot ouderdom. Onderwerp van onderzoek zijn bijvoorbeeld de verschillende levensfasen en de invloed van opvoeding en levenservaringen op het individu.

Orthopedagoog

Zie omschrijving bovenaan deze woordenlijst.

 

  P

 

Paniekstoornis

Ook episodische paroxismale angst. Een aandoening die gepaard gaat met terugkerende, hevige angstaanvallen die meestal slechts enkele minuten aanhouden, hoewel ze ook langer kunnen aanhouden. De angst treedt niet op als reactie op een bepaalde situatie en de angstaanvallen zijn daardoor onvoorspelbaar. Symptomen zijn bijvoorbeeld hartkloppingen, kortademigheid en hevige transpiratie. Daarbij komt vaak de angst om dood te gaan, flauw te vallen of het verstand te verliezen. Zie ook Agorafobie.

Persoonlijkheid

Een moeilijk te definiëren begrip dat staat voor de eigenschappen van een persoon. Het woord persoonlijkheid stamt af van het Latijnse persona, het masker dat in het Romeinse theater door acteurs gedragen werd om bepaalde effecten te sorteren. Tegenwoordig wordt het begrip gebruikt om iemands essentiële eigenschappen aan te duiden, een betekenis die dus tegengesteld is aan de oorspronkelijke. De persoonlijkheid van iemand is de karakteristieke manier waarop hij denkt en waarop hij de wereld tegemoet treedt.

Persoonlijkheidsstoornis

Hiervan is sprake als iemand een vaste, starre manier van reageren heeft ontwikkeld op zeer uiteenlopende omstandigheden. Dit is hinderlijk voor de persoon zelf en/of directe omgeving. De stoornis komt aan het licht op veel levensgebieden en ontstaat doorgaans in de kindertijd of adolescentie en blijft voortduren in de volwassenheid. De stoornis maakt als het ware onderdeel uit van iemands karakter, en dit impliceert dat veranderingen niet zo snel zullen optreden. Als de verstoorde manier van reageren op de omgeving op volwassen leeftijd is ontstaan, wordt de voorkeur gegeven aan de term duurzame persoonlijkheidsverandering. Hier kunnen verschillende oorzaken van bestaan, zoals ingrijpende (traumatische) gebeurtenissen, het doormaken van een psychiatrische ziekte of hersenbeschadigingen. Er worden momenteel negen groepen persoonlijkheidsstoornissen omschreven: de ontwijkende, afhankelijke, obsessieve-compulsieve, antisociale, borderline, narcistische, theatrale, paranoïde, schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornis en een restgroep persoonlijkheidsstoornissen (niet anderszins omschreven).

Persoonsgebonden Budget (PGB)

Met een Persoonsgebonden Budget (PGB) kan iemand die hulp nodig heeft zelf bepalen hoe hij of zij het geld besteedt, met andere woorden welke ' verdeelsleutel' er wordt toegepast. Het kan dan gaan om verzorging, verpleging, begeleiding, verblijf of vervoer (de zogenaamde PGB-AWBZ die gefinancierd wordt vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)) of om een rolstoel of huishoudelijke hulp als gevolg van ziekte, handicap of ouderdom (dit valt in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)). Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

 

Placebo

Een als geneesmiddel gepresenteerde stof, die geen werkzame bestanddelen bevat. Placebo's kunnen bijvoorbeeld alleen onschadelijk zetmeel bevatten. Toch blijken zij in veel gevallen een genezende werking te hebben (het zogenaamde placebo-effect). De hoop die door de toediening van het 'medicijn' bij de patiënt ontstaat, blijkt soms voldoende om de gezondheidstoestand te verbeteren. Placebo's blijken ook de negatieve kanten met medicijnen te kunnen delen. Zo is het mogelijk dat er bijwerkingen optreden en bovendien kunnen de patiënten na het stoppen met het gebruik last krijgen van ontwenningsverschijnselen. Placebo's worden veel toegepast bij het geneesmiddelenonderzoek, waarbij sommige patiënten het te onderzoeken geneesmiddel krijgen en anderen alleen de placebo. Er wordt vervolgens gekeken naar het verschil in werkzaamheid tussen het geneesmiddel en de placebo om te bepalen of het geneesmiddel effectief is.

Pleinvrees

Zie Agorafobie.

Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS / PTSD)

Een psychische reactie die ontstaat na een ingrijpende gebeurtenis, zoals een gijzeling, oorlog of marteling. De reactie treedt enkele weken of maximaal een half jaar na de stressvolle gebeurtenis op. De persoon is emotioneel afgestompt en onverschillig, en niet meer zo betrokken bij zijn dagelijkse leven. Tevens wordt het gebeurde in zogenaamde ‘flashbacks’ steeds opnieuw beleefd. Bijkomende symptomen kunnen angstaanvallen, neerslachtigheid en slapeloosheid zijn. In het Engels: Post Traumatic Stress Disorder (PTSD). Zie ook 'EMDR'.

Projectie

In de psychoanalyse: een afweermechanisme met behulp waarvan bedreigende gevoelens, driften en ideeën worden toegeschreven aan iemand anders. Hierdoor wordt een bedreiging niet langer ervaren als afkomstig uit het eigen innerlijk. In extreme vorm kan dit afweermechanisme aangetroffen worden bij mensen die aan achtervolgingswaan lijden. Zij projecteren onbewust hun eigen, onaanvaardbaar geachte agressieve impulsen op de buitenwereld, waarvoor zij vervolgens bang worden. Buiten de psychoanalyse heeft het begrip projectie een licht gewijzigde betekenis. Het gaat om de waarneming van de buitenwereld op een manier die een persoon het best uitkomt. De waarneming wordt onbewust aan zijn wensen aangepast.

Psychoanalyse

Met de term psychoanalyse worden drie zaken aangeduid. Allereerst wordt daarmee verwezen naar een bepaalde vorm van behandeling van neurotische (en ernstiger) stoornissen. Daarnaast heeft de term betrekking op een bepaalde methode van onderzoek van psychische processen, die vervolgens geleid heeft tot een theorie over het psychisch functioneren van de mens. Ook aan deze theorie wordt gerefereerd met de term ‘psychoanalyse’. De onderzoeksmethode, die zo kenmerkend is voor de psychoanalyse, is ontworpen door Sigmund Freud en ontstaan vanuit de behandeling en bestudering van psychoneurotische (vooral hysterische) patiënten, later aangevuld door de bestudering van de droom en van alledaagse fenomenen zoals vergissingen en versprekingen. Kenmerkend voor de onderzoeksmethode is, dat schijnbaar doelloze of betekenisloze gedragingen en symptomen worden opgevat als uitingen van onbewuste psychische conflicten, en aldus betekenis krijgen. In een psychoanalytische behandeling wordt getracht de onbewuste innerlijke conflicten op te sporen die ten grondslag liggen aan de klachten en de symptomen van de patiënt. Deze behandelingsvorm is gebaseerd op een aantal regels. Zo ligt de analysant op een bank en probeert hij zoveel mogelijk te zeggen wat in hem opkomt (vrije associatie). De psychoanalyticus zit achter de bank; hij luistert met welwillende neutraliteit en onthoudt zich van oordelen of suggesties (abstinentie). Deze ruimtelijke opstelling bevordert het ongehinderd verwoorden van opkomende gedachten en gevoelens. De emoties van de analysant worden geprojecteerd op de analyticus, hetgeen ‘overdracht’ genoemd wordt. De ontwikkeling van de overdracht wordt door de analyticus mede bevorderd door zijn abstinente houding. Overdracht houdt dus in dat de gevoelens die de analysant aan zijn analyticus beleeft, sterk gekleurd worden door - en in die zin herhalingen zijn van - ervaringen uit het verleden. Deze reacties worden vervolgens geduid door de analyticus. Aan de hand van de duidingen kan geleidelijk aan duidelijk worden gemaakt hoe heden en verleden als het ware door elkaar heen spelen. Bron: www.npg-utrecht.nl.

Psychologie

Zie omschrijving bovenaan deze woordenlijst. 
 

 

Psycholoog

Zie omschrijving bovenaan deze woordenlijst.

 

Psychose

Een psychiatrische stoornis waarbij het denken, waarnemen en emotionele beleven ernstig is ontregeld. De persoon beleeft zichzelf en de buitenwereld op een afwijkende manier en de persoonlijkheid is hierbij sterk gedesintegreerd. Symptomen zijn wanen of hallucinaties, waarbij het contact met de werkelijkheid is verstoord. Zie ook Hallucinatie en Waan.

Psychotherapeut

Zie omschrijving bovenaan deze woordenlijst.

 

Psychotherapie

Psychotherapie is een behandelmethode die wordt toegepast bij psychische klachten en problemen. De therapie bestaat uit gesprekken met een deskundige hulpverlener: de psychotherapeut. In de gesprekken bespreekt u met de psychotherapeut uw klachten en problemen. De psychotherapeut lost geen problemen voor u op, maar helpt u nare dingen anders te zien, pijnlijke gevoelens te verwerken of moeilijke situaties anders aan te pakken. Het doel van de therapie is uw psychische klachten en problemen op te heffen, of zoveel te verminderen dat u er minder last van hebt. De problemen waarvoor mensen in psychotherapie gaan zijn heel verschillend. Voorbeelden van psychische problemen zijn: angsten, depressies, verslavingsproblemen, fobieën en dwanghandelingen. Vaak liggen negatieve ervaringen aan de problemen ten grondslag. Vaak onderscheidt men vier hoofdvormen van psychotherapie: gedragstherapie, psychoanalyse en psychoanalytische psychotherapie, cliëntgerichte psychotherapie, relatietherapie en gezinstherapie. Bron: psychotherapie.nl.

Psychotherapist European Registered (ER)

De ER registratie staat voor European Registrated. Deze therapeuten zijn allen (en ook sommige van de psychiaters), in het bezit van het European Certificate for Psychotherapy (ECP) van de European Association for Psychotherapy (EAP) te Wenen. Het ECP is gelieerd aan de opleiding tot psychotherapeut volgens de Oostenrijkse "BIG-wet". Het Europees Parlement heeft deze opleiding voorgesteld als norm voor de psychotherapie-opleidingen in Europa. De psychotherapierichtingen binnen de ECP worden in Nederland door het reguliere veld als alternatief bestempeld, omdat ze niet behoren bij de vier erkende richtingen van de Nederlandse Staat. In veel andere landen worden deze richtingen regulier erkend. Bron: Christelijke Praktijk voor Psychologie en Psychotherapie te Kampen (www.jbeekpraktijk.nl), Europsyche.nl, Europsyche.org en Nap-psychotherapie.com.

 

 

  R

 

Rationeel Emotieve Therapie

Zie 'RET'.

Relatietherapie

Een vorm van psychotherapie waarbij het voornaamste doel is is de onderlinge relaties tussen twee of meer personen te verbeteren. De therapie kan bijvoorbeeld gegeven worden aan een echtpaar dat veel ruzie heeft. Men spreekt van systeemtherapie wanneer een heel gezin of een hele familie onderwerp van aandacht is. De stoornis van een individu is in deze visie (mede) het gevolg van het slechte functioneren van het systeem.

Representatie

Zie 'Object Representatie'.

RET

Rationeel Emotieve Therapie. Een vorm van psychotherapie, ontwikkeld door Albert Ellis. Rationeel is bij hem alles wat bijdraagt tot een groter welzijn en geluk, daarbij rekening houdend met de beperkingen van het menselijk leven. Het irrationele vergroot daarentegen het leed. Volgens Ellis kan ieder mens zelf kiezen tussen rationeel en irrationeel en daarmee zelf beslissen over het eigen geluk. De cliënt leert zichzelf te helpen en rationele keuzes te maken, waarbij de therapeut alleen een opstapje geeft. De gedachte hierbij is dat de cliënt zich uiteindelijk gaat gedragen naar zijn nieuw verworven ideeën.

ROEP

Regionaal Orgaan Eerstelijns Psychologen (zie ook lve.nl).

  S

 

Schizofrenie

Een ernstig psychiatrisch ziektebeeld dat gekarakteriseerd wordt door fundamentele verstoringen van het denken en de waarneming, en door een emotionele beleving die niet bij de omstandigheden past. Het bewustzijn is doorgaans helder en de intelligentie blijft meestal op peil. De persoon heeft vaak het gevoel dat zijn intieme gedachten en gevoelens bij anderen bekend zijn of onder invloed van derden staan. Symptomen zijn onder andere wanen, hallucinaties, denkstoornissen en een vlak gevoelsleven. De persoon kan daardoor een vreemde of bizarre indruk maken.

Sublimatie

Ervaringen worden via mentale representaties getransformeerd naar onbewuste mentale representaties. Deze kunnen op hun beurt weer worden opgeroepen in de vorm van bewuste afgeleiden. Het onbewuste heeft hier zijn invloed en heeft voornamelijk de functie om voor het individu opgedane pijnlijke ervaringen om te vormen tot acceptabele afgeleiden hiervan (derivaten). Bron: drs. S.W. Damman (KU Nijmegen, 1997).

Systeemtherapie

Zie 'Relatietherapie'.

  T

 

Transactionele Analyse

De Transactionele Analyse is een diagnostisch (onderzoekend) onderdeel uit de gedragstherapie waarbij factoren worden geïdentificeerd die bepaalde klachten, of bepaald gedrag, veroorzaken of instandhouden. TA biedt een praktische, heldere theorie die door iedereen te begrijpen en te herkennen is. Met behulp van de TA en de therapeut kun je je inzicht vergroten hoe je in elkaar zit en hoe je anders met jezelf, situaties en anderen kunt omgaan. Deze methode leert je bijvoorbeeld jouw eigen valkuilen te herkennen en te begrijpen, en reikt je de mogelijkheden aan om uit die valkuilen te blijven. Bron: Psycholoogdirect / Psychologenpraktijk Vandaag (Praktijkvandaag.nl).

Transseksualiteit

De onbedwingbare behoefte om tot het andere geslacht te behoren. Transseksuelen voelen zich doorgaans gevangen in het lichaam van het ‘verkeerde’ geslacht en willen hun genitaliën operatief laten veranderen in die van het gewenste geslacht.

Trauma

Een algemene aanduiding voor 1) lichamelijk letsel dat het gevolg is van een ongeluk of geweld, of 2) een psychisch zeer aangrijpende gebeurtenis.

  U

 

Unieke Zorgverlener Identificatie register (UZI)

Het Unieke Zorgverlener Identificatie Register (UZI-register) is een registratiesysteem voor zorgverleners waarbij zij middels een UZI-pas toegang hebben tot elektronische patiëntengegevens of het elektronisch patiënten dossier (EPD). Bron: Uziregister.nl.

  V

 

Vermoeidheid, chronische

Stoornis in de energie, die zelfs na een goede nachtrust blijft bestaan en waarvan geen duidelijke lichamelijke oorzaak gevonden kan worden. De moeheid is vaak chronisch en kan jarenlang aanwezig zijn. Zij ontstaat meestal na een ziekteperiode of na een emotioneel aangrijpende gebeurtenis. Het is echter ook mogelijk dat de vermoeidheid een gevolg is is van een blijvende virusinfectie, die het noodzakelijk maakt dat het afweersysteem steeds actief is. Er wordt dan gesproken van een postviraal vermoeidheidssyndroom (myalgische encephalomyelitis). De moeheid kan ook een bijwerking zijn van gebruikte medicijnen, zoals benzodiazepinen.

  W

 

Waan

Een niet met de werkelijkheid overeenstemmend denkbeeld, dat zich niet laat corrigeren door redelijke argumenten. Bij een waanstoornis is de waan vaak het enige kenmerk dat de aandacht trekt. Voorbeelden van waanstoornissen zijn: grootheidswaan, achtervolgingswaan, betrekkingswaan en jaloersheidswaan.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) is een wet die door de gemeenten wordt uitgevoerd om te stimuleren dat iedereen zo lang mogelijk zelfstandig thuis kan blijven wonen en zo lang mogelijk kan deelnemen aan de maatschappij. Zie ook 'Persoonsgebonden Budget (PGB)' en 'Mantelzorg'. Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

  X

 

Xenofobie

De irreële angst voor vreemden of onbekende plaatsen. Deze angst kan al optreden voor de confrontatie met het onbekende. Hierdoor ontstaat een grote gespannenheid en verloopt het contact zeer moeizaam.

Oops! This site has expired.

If you are the site owner, please renew your premium subscription or contact support.