JAN BRANJE PSYCHOLOOG

PRAKTIJK VOOR PSYCHOLOGISCHE HULPVERLENING

 

Wat is een persoonlijkheidsstoornis?

 

Een persoonlijkheidsstoornis is algemene term voor een star patroon van persoonlijkheidstrekken, waardoor het individu onvoldoende in staat is zijn gedrag aan te passen aan wisselende omstandigheden. Dit heeft leidt tot omvangrijke en terugkerende problemen in relaties, werk en sociale leven functioneren.

De persoon in kwestie voelt vaak niet meer de vrijheid om flexibel te reageren op de eisen van alledag. Het denken en waarnemen kunnen daarbij sterk gekleurd zijn. Zo kunnen vervormingen ontstaan in de wijze waarop iemand kijkt naar zichzelf en zijn omgeving. De beleving en uiting van gevoelens kunnen eveneens verstoord zijn, zoals bijvoorbeeld bij sterk wisselende of te intense emoties. Vaak gaan zulke verstoringen samen met terugkerende moeilijkheden in de beheersing van de eigen impulsen. Alle mensen met persoonlijkheidsstoornissen ervaren moeilijkheden in contact met anderen en lopen vaak vast op verschillende terreinen van hun leven.

 

DSM IV criteria persoonlijkheidsstoornis

 

In de DSM-IV zijn 11 verschillende persoonlijkheidsstoornissen opgenomen. De criteria waaraan voldaan moet worden voldaan om de diagnose persoonlijkheidsstoornis te mogen stellen zijn: A. Een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen die duidelijk binnen de

cultuur van betrokkene afwijken van de verwachtingen. Dit patroon wordt zichtbaar op twee (of meer) van de volgende terreinen:

  (1) cognities (dat wil zeggen de wijze van waarnemen en interpreteren van zichzelf, anderen en gebeurtenissen)

  (2) affecten (dat wil zeggen de draagwijdte, intensiteit, labiliteit en de adequaatheid van de emotionele reacties)

  (3) functioneren in het contact met anderen

  (4) beheersing van de impulsen

B. Het duurzame patroon is star en uit zich op een breed terrein van persoonlijke en sociale situaties

C. Het duurzame patroon veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in het sociaal en beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen

D. Het patroon is stabiel en van lange duur en het begin kan worden teruggevoerd naar ten minste de adolescentie of de vroege volwassenheid

E. Het duurzame patroon is niet eerder toe te schrijven aan een uiting of de consequentie van een andere psychische stoornis

F. Het duurzame patroon is niet het gevolg van de directe fysiologische effecten van een middel (bijvoorbeeld drug, geneesmiddel) of een somatische aandoening (bijvoorbeeld schedeltrauma)

 

 

Ontstaan

Er is geen eenduidige oorzaak; er is steeds sprake van een ingewikkeld samenspel van factoren.

 

1. Biogenetische factoren

Mensen verschillen in aanleg, in temperament en wilskracht. 

2. Sociale factoren

Sociaal-culturele omstandigheden kunnen een bijdrage leveren aan het ontstaan van een persoonlijkheidsstoornis. Voorbeelden zijn: de inbedding van het gezin in de omgeving, de levensstandaard, gevolgen van emigratie en verschuivingen op de sociale ladder.

3. Psychologische factoren

Het verleden (geschiedenis) is van grote invloed op hoe iemand denkt, voelt en handelt, wat zijn of haar normen en waarden zijn, hoe hij of zij met zichzelf en anderen omgaat.

Persoonlijkheidsstoornissen worden soms wel "'ontwikkelingsstoornissen" genoemd. Hiermee wordt bedoeld dat in iemands ontwikkeling van jong kind tot volwassene reeds problemen aanwijsbaar zijn. Soms houden deze verband met duidelijke trauma's als vroege verlatingen of seksueel misbruik. Ook kunnen er moeilijke gezinsomstandigheden zijn die hebben geleid tot onvoldoende veiligheid, aandacht, begrenzing of begeleiding. Het gebeurt ook wel dat zulke duidelijk aanwijsbare redenen ontbreken, en dat mensen toch een sterke onvrede met zichzelf en/of anderen hebben. Bij nader onderzoek blijkt dan bijvoorbeeld dat iemand zich zo sterk aan zijn omgeving heeft aangepast, dat hij vervreemd is geraakt van de eigen behoeften en gevoelens. Met als negatieve gevolgen: een negatief gevoel over zichzelf, depressiviteit, moeite met intieme relaties, eenzaamheidsgevoelens en/of zich gemakkelijk buitengesloten voelen. 

4. Organische factoren

Sommige lichamelijke aandoeningen (bijvoorbeeld epilepsie of een schedeltrauma) kunnen een persoonlijkheidsstoornis veroorzaken. 

De persoonlijkheidsstoornissen zijn in 3 hoofdgroepen (clusters) verdeeld.
Binnen deze clusters zijn er verschillende soorten.
Door de onderstaande indeling lijken de stoornissen strikt gescheiden.
In de praktijk blijkt echter dat mensen vaak verschijnselen uit meerdere groepen vertonen.
Zij krijgen dan ook meerdere stoornissen in de diagnose.

 

 

Type Persoonlijkheidstoornissen

 

 

 

 

Dwangmatige persoonlijkheidsstoornis

 

Deze mensen weten vaak niet of ze nu op zichzelf of op anderen moeten vertrouwen.
Ze wekken de indruk heel zelfstandig te zijn, terwijl ze voortdurend piekeren over hoe anderen over hen oordelen.
Vaak gedragen zij zich aangepast en beleefd, maar voelen ze juist verzet, kwaadheid of rancune.
Ze zijn sterk gericht op het naleven van regels, ook om zo hun eigen gevoelens en impulsen onder bedwang te houden.
Ze zijn trots op hun realiteitszin en rationaliteit en wantrouwen gevoelens.
Zij doen bijna alles met grote inzet en perfectionisme.
Vaak hangt deze gedrevenheid, en ook hun sterk kritische inslag samen met angst voor afwijzing, straf of beschuldiging.
In intieme relaties kan angst voor verlies van controle spelen.
Bijvoorbeeld wanneer opeens hun behoefte aan geborgenheid bovenkomt, terwijl zij juist zo gesteld zijn op hun onafhankelijkheid.
Ook raken ze soms in de war door heftige gevoelens van kwaadheid of voelen zij zich tekortgedaan.

  • Tenminste 4 van onderstaande symptomen moeten aanwezig zijn

    1. Voortdurend bezig zijn met kleinigheden, regels, lijsten, orde, organisatie of schema's, die zover gaat dat het doel uit het oog verloren wordt
    2. Een zodanig perfectionisme dat een taak slechts met grote moeite of helemaal niet afgemaakt kan worden
    3. Een zeer grote toewijding aan werk en productiviteit op een zodanige manier dat er voor hobby's of vriendschappen geen tijd overblijft
    4. Overdreven gewetensvol en star zijn ten aanzien van waarden en normen
    5. Niet in staat zijn om versleten of waardeloze voorwerpen weg te doen, ook als deze geen enkele sentimentele waarde hebben 
    6. Een 'workaholic' zijn
    7. Niet in staat zijn om taken uit handen te geven of met anderen samen te werken, tenzij de anderen zich geheel in het regime van de patiënt voegen
    8. Gierig zijn tegenover zichzelf en anderen. Geld vooral zien als een middel om toekomstige rampen het hoofd te bieden
    9. Starheid en koppigheid

Oops! This site has expired.

If you are the site owner, please renew your premium subscription or contact support.